Gaat u voor het eerst een rolstoelgebruiker begeleiden dan
is het goed dat u vooraf een aantal zaken weet.
Veiligheidsgordel:
Veiligheidsgordel van de rolstoel altijd gebruiken. Vastmaken om te
voorkomen dat gebruiker uit de stoel kan vallen bij ongelijk wegdek.
De rolstoelgebruiker:
De rolstoelgebruiker weet doorgaans zelf hoe de remmen, de beensteunen
en een eventuele kantelversnelling werken. Is dit niet het geval,
informeert u dan voor vertrek naar het functioneren van de rolstoel.
Remmen:
Staat de rolstoel stil, dan altijd de remmen erop. Neem geen enkel
risico dat de rolstoel gaat rijden zonder dat de rolstoelgebruiker
er iets aan kan doen. Controleer altijd of de rolstoel op de rem
staat voordat de rolstoelgebruiker opstaat of gaat zitten.
Hindernissen:
Rijdt
niet met normale loopsnelheid tegen drempels en stoepranden aan of
door kuilen. U kunt de rolstoel kantelen door op de trapdop te
duwen die aan de binnenzijde van de achterwielen is geplaatst. Zeg
het eerst aan de rolstoelgebruiker, voordat u de stoel kantelt! Kantel
de rolstoel altijd uiterst voorzichtig, want een rolstoelgebruiker
die begeleid wordt, heeft over het algemeen een verminderde zitbalans.
Bij voorover kantelen kan iemand voorover vallen bij achterover kantelen
kan het hoofd uit balans raken.
Op- en afrijden van stoepen:
Probeer het op- en afrijden van stoepen zoveel mogelijk te voorkomen.
Kan het niet anders dan gaat het op de volgende manier:
Oprijden: U rijdt de rolstoel met de kleine wielen tegen de stoeprand.
Dan kantelt u; de stoel iets achterover door met uw voet op de trapdop
te duwen. De kleine wielen komen omhoog en u duwt de rolstoel de stoep
op. Daarna duwt u de achterwielen de stoep op.
Afrijden: U draait de rolstoel achterstevoren, zodat eerst de grote
achterwielen de stoep afgaan. Houdt de stoel daarbij enigszins tegen,
zodat die niet van de stoeprand naar beneden klapt.
Hellingen:
Rijdt
langzaam op aflopende straten, afritten van bruggen en in heuvelachtig
terrein. Zorg ervoor dat de rolstoelgebruiker niet bang wordt. Gaat
het steil omlaag, dan hebt u over het algemeen een betere controle
over de rolstoel als u achterwaarts rijdt.
Drukte:
Rijd voorzichtig op drukke plaatsen zoals markten en in winkelstraten.
Het is niet prettig voor de rolstoelgebruiker als de rolstoel voorbijgangers
tegen de benen rijdt, zonder dat hij of zij daar iets aan kan doen.
Blikveld:
Rolstoelgebruikers bekijken hun omgeving vanuit een lagere
positie. Houd daar rekening mee door te gaan zitten als
u een gesprek voert
of als u met andere mensen in gesprek bent. Ga ook zitten of buk u
als u de rolstoelgebruiker wilt wijzen op wat er te zien is.
Tillen:
U kunt de rolstoel niet optillen. Juist de delen waaraan een rolstoel
opgetild kan worden zoals voet- en armsteunen en duwbeugels, zijn
vaak demontabel en schieten dus gemakkelijk los.
Vervoer:
Rolstoelen met slappe rugleuning en zitting kunt u inklappen en eenvoudig
meenemen in de auto. Rolstoelen met vaste rugleuning en zitting kunnen
ook worden ingeklapt door de rugleuning en zitting uit de stoel te
nemen en daarna het frame in te klappen. U kunt de stoel verder verkleinen
door armleuningen en beensteunen ervan af te halen. Bij sommige stoelen
kunt u ook de wielen eraf halen. Stoelen met kantelversnelling kunt
u niet inklappen dus ook niet in een personenauto vervoeren.
|